En zo zit ik eventjes een wijntje te drinken en daar vang ik een vleugje journaal op. Het gaat over de grote droogte en dan schiet mij plotseling het volgende liedje te binnen met de hele tekst. ‘De dorre vlakte der woestijnen, zal zich verbreiden eindeloos, de zandzee zal herschapen schijnen, en bloeien zal zij als een roos. Van dolle vreugde zal zij beven, doorgronden van een heerlijk leven, dat nimmer meer verwelken zal, zij zal de schepselen des heren, ….en zijn grootheid eren, in jubelend triomfgeschal.’ Tja, hoe kom je erop. En dan vraag ik mij af, hoe ik die teksten van sommige van die psalmen zo goed ken. Want we gingen niet naar de kerk en ik heb altijd op een openbare school gezeten, daar leerden we alleen één keer, ‘wilt heden nu treden’, omdat we dat op koninginnedag met alle lagere scholen in de Prinsentuin, het park in Leeuwarden, moesten zingen. Drie jaar heb ik op een christelijke mavo gezeten, omdat mijn vader ruzie kreeg met de directeur van de openbare mavo. Destijds heette dat nog de ULO. Ik kan me niet herinneren, dat ik daar ooit van die liedjes moest leren. Ik herinner me nog heel weinig van die tijd, maar de teksten van een aantal psalmen zing ik zo weer helemaal. ‘Neem heer mijn beide handen, en leid mijn kind, tot ik aan de eeuwige stranden, de ruste vind….’ Alleen die tekst van, ‘er ruist langs de wolken’, ken ik niet. Jawel, die ken ik wel, maar in een andere versie. Die van die boer op een fiets, hij trapte en trapte maar vorderde niets. Maar die tekst kreeg ik mee van mijn vader, uit zijn jeugd weer. Waar ik die andere teksten heb geleerd, ik zou het niet meer weten. We gingen ook niet naar de zondagsschool. Dat had wel gemogen, maar ik had toen de behoefte ook niet, om op zondag ook nog eens naar een school te gaan. En dan hoefde het ook niet van mijn ouders, ondanks het advies van de meester. Op de lagere school kregen we wel een uur in de week les van een dominee, categesatie. Dat was voor ons dominee Baay. Maar die leerde ons geen psalmen, voor zover ik me herinneren kan. Hij vertelde verhalen over lammetjes, die geofferd werden en daar ik toen al geen mug dood kon slaan, vond ik dat echt zinloos geweld. En dat nam ik die god toen ook erg kwalijk. Dus zat ik me in de vijfde klas al te bedenken, als God niet bestond, leerden we gewoon sprookjes, en, als God wel bestond, was het een gemene man. Ik kan me ook nog een liedje herinneren, dat we in mijn vroegste jeugd op straat zongen. ‘Op de hoek van de straat staat een n s b er, het is geen mens, het is geen beest, maar een farizeeër, op de hoek van de straat, daar staat hij te venten, hij verkoopt zijn vaderland, voor een paar losse centen’. Tja, pas jaren later besefte je, dat de oorlog ook eigenlijk nog niet zo lang afgelopen was, voor je werd geboren. Maar we zongen het nog rond 1954. We hadden ook een liedje over de kunstmaan en Laika. Mijn moeder leerde me het versje ‘ roodborstje tikt tegen het raam’ en ‘het vogeltje in de bomen, zingt zijn lied,de engelen…………., de bloem verspreid zijn geur in huis en hof, dus zing ik ook, zing ik ook des heren lof’. Zij had duidelijk een andere opvoeding gehad dan mijn vader. Wellicht daarom besloot ze ook op een dag, om ons wat bijbelse kennis bij te brengen. Iedere dag na schooltijd zou ze ons een klein stukje uit de bijbel voorlezen. En ze begon vol enthousiasme die eerste keer, bij de eerste bladzijde, Genesis. Allemaal rare namen waarvan me geen enkele is bijgebleven, alleen dat ze elkaar gewonnen. Die gewon die en die gewon die en zo ging dat een kwartier door. Ze had tijdens de tweede keer al door, dat dat zo ook niet opschoot en zo was dat tevens ook alweer de laatste keer. Maar goed, mijn vader leerde ons dus versjes van de boer, die langs de wolken fietste en mijn moeder leerde mij lieve liedjes van het roodborstje en het vogeltje in de bomen. En ik ken daarnaast dus ook hele teksten van sommige psalmen en wie mij die geleerd heeft, ik zou het bij god niet weten. Toen ik zo’n vijfentwintig jaar later mijn zoontje na de eerste dag van de kleuterschool haalde, kwamen de kinderen luid zingend de school uit. Ze zongen, ‘Joke kom uit de keuken, lekker neuken, lieve Joke’. En daar schrok ik wel even van. Dat was nog eens wat anders dan de fariezeeër en de boer op de fiets. En vanaf die eerste schooldag leerde hij er nog heel veel liedjes en woorden bij. Ik heb hem en de anderen nog wel wat (bijbelse) kennis meegegeven in de loop der jaren. Iets van de evolutie. En mijn kinderen geloven alledrie in de aap. ( zie ‘is buurvrouw daar’)
Babbelegoegje, 29 April 2007








